Het is een cliché dat Groningers mensen van weinig woorden zijn. En wat ze zeggen, slikken ze voor helft weer in. Weinig woorden, misschien. Waar ik meer aan moest wennen, waren compleet andere woorden. Laatst had een collega het over een poeste wiend. Woeste wind? Nee. Poeste wind. Uhm. Bleek ‘veel wind’ te zijn. En ja, dat hebben we hier in het noorden zodra je de stad uit bent.
Grunnings schelden
Schelden is altijd een afdeling apart. Vaak het meest interessant als je een nieuwe taal leert. Collega’s maken elkaar wel eens uit voor jeuzel, soes of jankert (het is gezellig werken met Grunningers) wat alle drie vrij vertaald ‘zeurkous’ betekent. Maar ik wilde meer.
Rare woorden genoeg. Hier een overzichtje van wat de gemiddelde Groninger uitroept in een pestbui:
- doddert: sufkop
- eelskerd: overdreven persoon
- haalfmale: halve gare
- maale: hele gare (die bestaan hier blijkbaar)
- kaawelmoaze: onzinprater
- kutwief: kutwijf (hoe wonderlijk)
- piethoane: lul
- swienevanger: mens met O-benen
En als een Groninger in rust van de FC zegt: ga plazzen en de bruune beer verzuup’n weet je meer dan genoeg…